Nieuwe leden en Projectleden welkom, elke donderdag

 

aanvang 20.00 uur

Bethelkerk, Juriaan de Kokstraat 175  Scheveningen

Deelname: € 15,00 per maand contributie exclusief kosten bladmuziek e.d.

Inlichtingen: COV Scheveningen 070-3912883

 

 

 

Magnificat - Johann Sebastian Bach
Het Magnificat, de lofzang van Maria volgens het Evangelie van Lucas, heeft veel componisten bezig geïnspireerd. De tekst is ontleend aan het eerste hoofdstuk van het Lucas-Evangelie waar de evangelist verhaalt hoe Elisabeth, zwanger van Johannes de Doper, haar eveneens zwangere nicht Maria begroet als ‘moeder des Heren’ waarop Maria een loflied aanheft dat de tien verzen Lucas 1:46-55 beslaat.

In Bachs oeuvre behoort het Magnificat, tot zijn weinige vocale werken op Latijnse tekst. Het Magnificat werd in Bachs tijd te Leipzig elke zaterdag- en zondagmiddag gezongen ter afsluiting van de vespers, maar wel in de volkstaal, het Duits: Meine Seel erhebt den Herren. zong men op de melodie van de 9e gregoriaanse psalmtoon en in een eenvoudige vierstemmige harmonisering van Johann Hermann Schein. Op kerkelijke hoogtijdagen echter (en dat waren er, met drie Kerst- Paas- en Pinksterdagen en de drie Mariafeesten wel veertien) werd het Magnificat op Latijnse tekst gezongen in een feestelijke, concertante uitvoering met koor, solisten en instrumentaal ensemble.

Vanaf zijn indiensttreding als Thomascantor (31 mei 1723), verantwoordelijk voor de muziek in de vier Leipziger kerken, toont Bach een buitensporige compositorische ijver: hij schrijft wekelijks een nieuwe cantate en houdt dat vier a vijf jaar vol. In zijn eerste jaar grijpt hij de tempus clausus, de periode tussen Eerste Advent en Kerstmis, waarin er in de kerken geen concertante muziek mag worden gemaakt aan om een uitbundig Magnificat te schrijven dat alle versies van tijdgenoten overtreft; het is zonder overdrijving het hoogtepunt van het genre. Voor Bach is het zijn eerste grote koorwerk, veel ambitieuzer dan de wekelijkse cantates. Het werd voor het eerst uitgevoerd op Eerste Kerstdag 25 december 1723 tijdens de vespers in de Nicolaikerk ’s middags om half twee en de volgende dag herhaald in de Thomaskerk. De omvang van het werk wordt mede bepaald door het plaatselijke gebruik om met Kerstmis in het Magnificat op vier plaatsen invoegingen (‘interpolaties’) uit te voeren: bewerkingen van liederen die speciaal op het kerstgebeuren betrekking hebben zoals de koraalbewerking Vom Himmel hoch en de aria Virga Jesse.

Later, waarschijnlijk omstreeks 1730, wanneer Bachs compositorische aandacht minder op de Leipziger kerkmuziek is gericht, neemt hij zijn Magnificat nog eens onder handen en bewerkt het tot de uiteindelijke, ons tegenwoordig vertrouwde versie. Het manuscript is volgens velen het mooiste handschrift dat ons van Bach is overgeleverd, hij hechtte blijkbaar sterk aan dit stuk. Bij deze revisie transponeerde hij de oorspronkelijke versie van 1723 (BWV 243a) van Es-dur naar D-dur (BWV 243), de natuurlijke toonsoort van de meer gebruikelijke D-trompetten waar Bach mee werkte. De blokfluiten (waarvoor Es-dur nu juist een prettige toonsoort is) verving hij door dwarsfluiten (traverso’s) wat met name het karakter van de aria Esurientes veranderde. Op andere plaatsen gaf hij de fluiten een veel belangrijker rol en verder bracht Bach talloze correcties aan die algemeen als verbeteringen beschouwd worden. Daarbij bleven, afgezien van de transpositie, slechts veertig maten ongemoeid! En tenslotte schrapte Bach de vier speciale Kerstinlassen waardoor hij zijn Magnificat opwaardeerde tot een veel algemener liturgisch repertoirestuk, niet gebonden aan de Kersttraditie in het protestantse Leipzig. Dit is mede te begrijpen vanuit Bachs lonken (vanaf 1730) naar een post aan het katholieke hof te Dresden. Bij uitvoeringen in de Kerstperiode worden deze invoegingen wel gehandhaafd, maar dan eveneens getransponeerd naar D-dur of daarmee verwante toonsoorten; deze transpositie is dus niet uitgevoerd door Bach maar door een hedendaagse musicoloog, en de partituur ervan heeft Bach niet in 1730 geretoucheerd.

Wat de vorm betreft: in het Magnificat ontbreken recitatieven. In de cantates bevatten die veelal de bijbeltekst en de uitleg daarvan, maar in het Magnificat is de bijbeltekst zelf lyrisch en niet verhalend van aard waardoor hij voor aria’s geschikt is. Een prozatekst weliswaar, maar met aanmerkelijk meer allure dan de pietistische rijmelarijen van de cantate-aria’s. Doordat er, anders dan in zijn cantates, geen afsluitend koraal is, grijpt Bach de gelegenheid aan om bij het Sicut erat in principio het thematisch materiaal van het begin te laten terugkeren, waardoor het geheel een cyclische opbouw krijgt.

Voor deze tekst is met toestemming gebruik gemaakt van de tekst van Eduard van Hengel.

Vaak gaf Bach zijn composities een diepere laag door middel van getallensymboliek. Een goed voorbeeld hiervan treffen we aan in het deel “omnes generationes” uit zijn Magnificat.

 http://www.youtube.com/watch?v=pGh4qprQmX8

 
Vom Himmel hoch - Felix Mendelssohn
Luther was een hartstochtelijk liefhebber van muziek en had een grote voorliefde voor het kerstfeest. In 1534 schreef hij voor zijn kinderen één van de meest prachtige en ontroerendste van alle kerstliederen “Vom Himmel hoch, da komm ich her”. Het lied is een zogenaamd contrafact en de oorspronkelijke tekst van het lied luidde “Ich komm’ aus fremden Landen her“ . Het lied werd voor het eerst gepubliceerd in 1534. In het lied word beschreven hoe de engel aan de herders de blijde boodschap verkondigen. Oorspronkelijk werden de eerste vijf verzen gezongen door een man verkleed als een engel. Dit werd gevolgd door het antwoord van de herders , en door onze verwelkoming van Jezus. Deze strofen werden gezongen door de kinderen van Luther. Het laatste vers werd gezongen door de engel en de kinderen samen. In het verleden heeft het visuele aspect van dit lied tot nogal ongewone en gevaarlijke praktijken geleid. Zo werd in het plaatsje Crimmitschau een jongen, verkleed als een engel, vanaf het dak aan een touw naar beneden gelaten terwijl hij het lied zong. Hiermee werd pas gestopt nadat bij een van deze gelegenheden het touw brak en een serieus ongeluk het gevolg was.


Franz Hauser, een van Mendelssohns vrienden, gaf de jonge componist een klein boekje met Lutherliederen, dat hij mee zou kunnen nemen op zijn reis naar Italië. “Da will ich viel componiren”, schrijft Mendelssohn vanuit Milaan. Tijdens zijn reis bezoekt Mendelssohn ook het klooster waar de grote reformator woonde tijdens zijn verblijf in Rome. Op 28 januari 1831 in “ Luthers Weihnachtslied, Vom Himmel hoch” – dat oorspronkelijk slechts uit 5 delen bestond- voltooid. De cantate is dus een bewerking van het gelijknamig kerstlied van Maarten Luther. Al tijdens Mendelssohns studietijd bij Carl Friedrich Zelter speelde de koraalbewerking een grote rol, wat zeker werd ingegeven door zijn interesse voor de composities van de grote Bach. De cantate is geschreven voor een vijfstemmig gemengd koor, solisten en klassiek orkest. De tekst volgt nauwgezet de tekst de van het kerstlied.
 


Oratorio de Noël - Camille Saint-Saëns
De tekst van dit vooral lyrische, expressieve en vriendelijk klinkende oratorium is gebaseerd op de teksten afkomstig uit de voorgeschreven schriftlezingen voor de Katholiek liturgie van kerst. Het Oratorio de Noël opus 12 componeerde Saint-Saens in 1858, tussen 4 en 15 december en werd op eerste Kerstdag van dat jaar uitgevoerd .Het werk laat meteen vanaf het begin zijn klassieke kenmerken horen met de “Prélude, dans le style de Séb. Bach”. Maar daar houdt de vergelijking met Bach ook meteen op. Het tiendelige werk kenmerkt zich door een grote gevarieerdheid. De bezetting van het werk, bestaande uit koor, solisten, strijkers, harp en orgel zorgt voor een speciale sfeer. Dit wordt nog eens versterkt door de vriendelijke harmonieën, krachtige koorgedeelten en de bijna kamermuzikale behandeling van het orkest. Enkele dramatische passages zorgen voor de gewenste afwisseling. Het oratorium eindigt met het prachtige en triomfantelijke Tollite Hostias.
 

 

 

hoofdmenu